OETELDONKS VOLKSLIED

 

O, pronkjuweel van heel deez’ aard, ons dierbaar Oeteldonk

Door niets en nimmer evenaard, geen naam die schoner klonk (bis)

Waar is op gans het wereldrond een watervrij moeras

zo schoon als waar ons wieg eens stond

de Oeteldonkse plas  (bis)

 

Wat vrucht’bre akkers, rijk beplant met knollen en radijs

en bergen van het schoonste zand, Noord Brabants paradijs   (bis)

Een wijs bestuur dat spreekt vanzelf, voegt aan zo’n lustwarand

Onz’ Oeteldonkse raad van elf

wordt gek schier van verstand (bis)

 

En eens in ‘t jaar met carnaval, viert men met zang en glas

een jolig, prettig narrenfeest, in ‘t watervrij moeras  (bis)

Bescherm O Prins den carnaval, het Oeteldonkse feest

dan heerst er vreugde overal

Voor lichaam en voor geest  (bis)